Wie doet wat bij een crisis of ramp?

Burgemeester

De burgemeester is (bestuurlijk) verantwoordelijk voor het goed laten verlopen van de bestrijding (van de gevolgen) van een ramp. Samen met vertegenwoordigers van verschillende diensten vormt de burgemeester een rampenstaf. Omdat de burgemeester bestuurlijk verantwoordelijk is, kan hij door de gemeenteraad ter verantwoording worden geroepen over de manier waarop leiding is gegeven aan de bestrijding van de ramp.

De brandweer

De brandweer is de spil in de rampenbestrijding. De brandweercommandant heeft de operationele leiding bij het bestrijden van de ramp en alles wat op het rampterrein gebeurt staat onder zijn leiding. De commandant zit in de gemeentelijke rampenstaf en vertaalt de beslissingen die daar worden genomen in acties die men buiten uitvoert. De commandant coördineert verder de werkzaamheden van de hulpverleningsdiensten. Op het rampterrein is de eerste taak van de brandweer het redden van mensen en dieren. Natuurlijk blussen de brandweermensen ook branden en ze verrichten metingen om na te gaan of er gevaarlijke stoffen zijn vrijgekomen.

Geneeskundige diensten

Gewonden van een ramp moeten zo snel mogelijk hulp krijgen. De verpleegkundigen van de ambulances verlenen meestal de eerste hulp en proberen de slachtoffers zo stabiel te krijgen dat ze naar het ziekenhuis kunnen worden vervoerd.
GHOR betekent geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio. Deze organisatie belast met de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening en met de advisering van andere overheden en organisaties op dat gebied.

Politie

De politie zorgt er voor dat de brandweer en de ambulancediensten hun werk kunnen doen. Politiemensen zetten het terrein af, nemen verkeersmaatregelen en stellen soms een veiligheidszone in rond een rampterrein. Als slachtoffers niet goed te identificeren zijn, komt het Rampen Identificatie Team van de politie in actie. Dit is een team van deskundigen dat wordt samengesteld op het moment dat het nodig is. Het bestaat uit specialisten die gezamenlijk dit werk doen. Het Identificatieteam maakt onderdeel uit van het Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD).

Het leger

Defensie kan militairen inzetten voor de bestrijding van een ramp. Defensie heeft hiervoor ongeveer 4.600 militairen beschikbaar. Het leger kan bij een ramp bijvoorbeeld worden ingezet om mensen te evacueren.

Gemeentelijke diensten

Achter de schermen spelen verschillende gemeentelijke diensten een belangrijke rol bij vooral de bestrijding van de gevolgen van een ramp. Het gebeurt wel eens dat er straten of soms zelfs hele woonwijken moeten worden geëvacueerd. De opvang van deze mensen is een zaak van de gemeente. De gemeentelijke diensten zorgen voor praktische opvang, zoals een tijdelijk dak boven het hoofd en eten, maar ook voor geestelijke opvang. Ook registreert de gemeente de gedupeerden van een ramp en helpt zij vaak bij de afhandeling van schade, waarvoor de getroffenen niet verzekerd zijn.

Andere instellingen

Het hangt van de soort ramp af welke andere instellingen bij de bestrijding ervan zijn betrokken. Gaat het om wateroverlast, zoals een dijkdoorbraak of hoog water door overvloedige regen, dan spelen de waterschappen een rol. Is het een ramp voor onze kust, dan wordt de kustwacht erbij betrokken. Maar er zijn ook andere instellingen actief. Het Rode Kruis heeft een taak bij de opvang van gewonden in rampsituaties. Organisaties van reddingshonden kunnen worden ingeschakeld bij het zoeken naar slachtoffers onder puin en het Leger des Heils bewijst soms goede diensten door gedupeerden, maar ook hulpverleners, te voorzien van broodjes en soep.

Opschaling:

Vanaf het moment dat is vastgesteld dat is voldaan aan de criteria voor de grootschalige opschaling beginnen de volgende onderdelen of functionarissen binnen de gestelde tijd met de uitvoering van hun taken:

    a. een eerste commando plaats incident binnen dertig minuten;
    b. de leidinggevenden binnen een regionaal operationeel team binnen vijfenveertig minuten, met uitzondering van de leidinggevende van de sectie informatiemanagement die binnen dertig minuten begint;
    c. de voorlichtingsfunctionaris regionaal operationeel team binnen dertig minuten;
    d. de sectie informatiemanagement van een regionaal operationeel team binnen veertig minuten;
    e. de overige secties van een regionaal operationeel team binnen zestig minuten;
    f. een team bevolkingszorg binnen negentig minuten met uitzondering van de functionaris die met de coördinatie van de voorlichting is belast en die binnen dertig minuten begint, en g. een gemeentelijk beleidsteam binnen zestig minuten vanaf het moment dat de burgemeester het beleidsteam bijeen heeft geroepen.

Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdingsprocedure

  • GRIP 0 Bronbestrijding. Dagelijkse routine van de operationele diensten, geen bijzondere coördinatie nodig.
  • GRIP 1 Bronbestrijding. Incident van beperkte afmetingen. Afstemming tussen de verschillende disciplines nodig.
  • GRIP 2 Bron- en effectbestrijding. Incident met duidelijke uitstraling naar de omgeving.
  • GRIP 3 Bedreiging van het welzijn van (grote groepen van) de bevolking binnen ëën gemeente.
  • GRIP 4 Gemeentegrens overschrijdend en dreiging van uitbreiding.
  • GRIP 5 Betrokkenheid meerdere veiligheidsregio's.
  • GRIP Rijk Behoefte aan sturing door het Rijk in situaties waarin de nationale veiligheid in het geding is of kan zijn.

Toelichtingen:

  • Klik hier voor GRIP-regeling 1 tot en met 5 en GRIP-Rijk (uitgave IFV - oktober 2014)
  • Klik hier voor GRIP schema uit Nationaal Hamdboek Crisisbeheersing (mei 2013
  • Klik hier voor toelichting bij het GRIP schema (mei 2013)
  • Klik hier voor de animatie van de GRIP-procedure (oude versie)
  • Klik hier voor de animatie van de GRIP-procedure (versie maart 2009)
  • Kennispublicatie Referentiekader GRIP en Wet Veiligheidsregio's (december 2010)

    GRIP 0

    GRIP 0 staat voor de normale situatie. Normale dagelijkse werkzaamheden van de operationele diensten zijn dan aan de gang.

    GRIP 1

    Bij opschaling naar GRIP 1 houden de diensten zich voornamelijk bezig met de bronbestrijding naar aanleiding van het zogenaamde motorkapoverleg. Conflict- en Crisisbeheersing (CCB) belt:

    • Ambtenaar Rampenbestrijding
    • Burgemeester
    • Gemeentesecretaris
    • Piket Voorlichting
    • Specialist/vertegenwoordiger
    • Eventueel een Actie Centrum

    GRIP 2

    In een GRIP 2 situatie probeert men naast de bestrijding van de bron ook de effecten van de ramp te beperken of stoppen. Conflict- en Crisisbeheersing van de politie belt bij GRIP 2 dezelfde functionarissen en organisaties als bij GRIP 1, met als toevoeging:

    • Alle Actiecentra opkomen
    • Eventueel Gemeentelijk Coördinatie Team (in het Haags model verplicht)
    • Eventueel Gemeentelijk Management Team

    GRIP 3

    In GRIP 3 is de bedreigt de ontstane situatie het welzijn van de bevolking. Conflict- en Crisisbeheersing van de politie belt bij GRIP 3 dezelfde functionarissen en organisaties als bij GRIP 2, met als toevoeging:

    • Gemeentelijk Beleidsteam (GBT) volledige bezetting

    GRIP 4

    In de GRIP 4 situatie is de ramp gemeentegrensoverschrijdend en zijn er neveneffecten mogelijk zoals schaarste. Conflict- en Crisisbeheersing van de politie belt bij GRIP 4 dezelfde functionarissen en organisaties als bij GRIP 3, met als toevoeging:

    • Regionaal Beleidsteam (RBT) schuift aan ter ondersteuning van de coördinerende burgemeester

    GRIP 5

    In GRIP 5 is behoefte aan multidisciplinaire en bestuurlijke coördinatie bij een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis in meerdere regio’s of ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, waartoe de betrokken voorzitters VR in gezamenlijkheid besluiten omdat het bestuurlijk noodzakelijk wordt gevonden.

    • Operationeel crisisteam: ROT’s in elke betrokken regio, naar behoefte al dan niet met één of meerdere COPI’s. Voorzitters wijzen samen één coördinerend ROT aan (in principe dat van de bronregio)
    • Operationele leiding volgens Wvr: Door voorzitters VR aangewezen coördinerend ROL (in principe die van de bronregio).
    • Bevoegd gezag: Voorzitters VR, elk voor zich. (Wvr 39 in werking in alle betrokken regio’s, na een besluit van elke betrokken individuele voorzitter).
      Voorzitters maken samen afspraken over coördinerend voorzitterschap (in principe voorzitter uit bronregio).

    GRIP Rijk

    Bij GRIP Rijk is behoefte aan sturing door het Rijk in situaties waarbij de nationale veiligheid in het geding is of kan zijn.

    • Operationeel crisisteam: ROT coördinerende regio.
    • Operationele leiding volgens Wvr: ROT coördinerende regio.
    • Beveogd gezag: Ministers / MCCb.

  • Actueel:



    Crisis.nl: informatie van
    de Rijksoverheid
    vindt u op crisis.nl
    Klik hier voor crisis.nl >>

    Klik hier voor NL-Alert


    Begrippen:

    Crisis:
    een situatie waarin een vitaal belang van de samenleving is aangetast of dreigt te worden aangetast.

    Crisisbeheersing:
    het geheel van maatregelen en voorzieningen, met inbegrip van de voorbereiding daarop, dat het gemeentebestuur of het bestuur van een veiligheidsregio in een crisis treft ter handhaving van de openbare orde, indien van toepassing in samenhang met de maatregelen en voorzieningen die op basis van een bij of krachtens enige andere wet toegekende bevoegdheid ter zake van een crisis worden getroffen.